Algemeen

Van het Loosduins Museum...

Openbare orde

In een notitie in de ‘Geschiedenis van de Provinciale Staten van Z-Holland 1850’ wordt geconcludeerd, dat Nederland op het Platteland nog in de 18e eeuw leeft. Na 1848 bleek het mogelijk te zijn -dankzij de Marechaussee- tot de gewenste beveiliging van leven en eigendom te geraken. Misschien is het voorgaande v.w.b. Loosduinen te somber weergegeven, het werpt toch enig licht op de onveiligheid rond 1850. Moordenaars werden in de 19e eeuw nog wel tot de doodstraf veroordeeld, zij het dat na 1850 doodvonnissen steeds meer in levenslange gevangenisstraf omgezet werden. Maar vond een terechtstelling plaats -door middel van onthoofding- dan gebeurde dat in het openbaar waar veel mensen op af kwamen.

Terugkerend naar ons dorp met z’n eigen opvattingen omtrent rust en orde, -benepen overigens en weinig lankmoedig-. Loosduinen behoorde tot het rechtsgebied van het arrondissement ‘Gravenhage, dat weer verdeeld was in een aantal kantons w.o. Naaldwijk, waar Loosduinen toebehoorde. Zo’n kantongerecht kon geen hogere gevangenisstraf opleggen dan 7 dagen of een geldboete hoger dan f75.-. U wist al dat Loosduinen tot 1850 niet over eigen huisvesting t.b.v. het gemeentebestuur beschikte; tegen die achtergrond mag dan ook best aangenomen worden, dat er ook geen politiebureau beschikbaar was. Sterker nog, sinds 1815 was immers de noordvleugel van het ‘Armhuis der Diaconie van de Hervormde Kerk in gebruik genomen als ‘huis van bewaring’.

Loosduinen kende in die tijd 2 ordehandhavers in de persoon van veldwachter. Ze kwamen in de geschiedenis van Loosduinen tevoorschijn als weinig inschikkelijke figuren, gezag is gezag, daarmee waren zij bekleed, een overtreding, door wie ook begaan -hoe arm ook- was een overtreding, geen gezeur. ’Bromsnortypes dus’. Zo werd er gezien de armoe in die tijd veel gebedeld, wat verboden was. Bij arrestatie werd men verbannen naar een strafkolonie, gevestigd in Ommen, uitgaande van de ‘Maatschappij tot Weldadigheid. Nu, weldadig zal het daar niet geweest zijn want bedelaars gingen er niet op eigen gelegenheid naartoe. Rond 1850 zaten er niet minder dan 3400 bedelaars opgesloten. Zo liet de ’s-Gravenhaagsche Nieuwsbode uit die tijd weten, dat in de gepasseerde week weder een transport bedelaars uit de Residentie naar de Strafkolonie de ‘Ommerschans’ op mars is gegaan. Hoe op mars stond er niet bij, maar met de diligence in ieder geval niet!

De plaatselijke Armbesturen, in feite dus in Loosduinen de Hervormde Diaconie en het R.K. Armbestuur dienden voor de kosten aldaar op te draaien. Waar die meestal slecht bij kas zaten was dat weer een vrijbrief voor bedelaars om buiten schot te blijven. Voor het bewaken van de eigendommen tijdens de nachtelijke uren opereerde de ‘Gemeentelijke Nachtwacht. Zo was iedere mannelijke ingezetene van de gemeente vanaf de 21-jarige leeftijd tot de leeftijd van 50 jaar, geroepen ‘ de dienst der ‘Nachtwachten’ uit te oefenen. Daar waren die ‘ingezetenen’ van toen natuurlijk niet blij mee, vooral diegenen niet die hun dienstplicht voor de Nationale Militie of de ‘Schutterij’ hadden uitgediend. Die konden dus tot hun 50e levensjaar van tijd tot tijd ook nog eens voor nachtwaker gaan spelen. En zo kent elk tijdvak zijn problemen.

Piet Brak



DE KRANT VAN DEZE WEEK

POLL

Wat merkt u van de werkzaamheden aan de Kijkduin-Houtrust route?

Stemmen Bekijk resultaten

AGENDA