oktober 2, 2022

De Nieuwe Loosduinse Krant

Wij zijn de toonaangevende aanbieder van kwalitatief Nederlands nieuws in het Engels voor een internationaal publiek.

Begrotingsplan 2023 – Belastingvoorstellen

Op 20 september 2022 heeft de Nederlandse regering haar belastingvoorstellen voor 2023 en later gepubliceerd.

In de buurt van directe belastingen de volgende maatregelen kunnen relevant zijn:

Vennootschapsbelasting

  • Wijziging tarieven vennootschapsbelasting.

Individuele inkomsten belasting

  • Wijziging tarief inkomstenbelasting voor aandeelhouders met aanmerkelijk belang in een onderneming (box 2).

Loonbelasting

  • Verhoging belastingvrije reiskostenvergoeding.
  • Beperking van de 30%-regeling.

Daarnaast is het voorstel tot wijziging van het kwalificatiebeleid rechtspersonenbelasting aangekondigd, maar niet opgenomen in het pakket Nederlandse Begrotingsplan 2023.

Hetzelfde geldt voor de afschaffing van de doelmatigheidsmarge op het gebruikelijk loon (box 2): dit voorstel wordt aangekondigd en zal hoogstwaarschijnlijk later als Kamerwijziging op het Begrotingsplan 2023 worden ingediend.

Het kabinet is ook van plan om investeringen in onroerend goed door fiscale beleggingsinstellingen niet toe te staan, maar deze maatregel is niet opgenomen in de Nederlandse Begrotingsplan 2023.

Tot slot is aangekondigd dat op korte termijn enkele wijzigingen in de voorwaardelijke bronbelasting op dividenden zullen worden voorgesteld.

In de buurt van Indirecte belastingenkunnen de volgende maatregelen relevant zijn:

  • Wijziging tarief overdrachtsbelasting.
  • Wijziging van de CO2-heffing voor de industrie.
  • Wijziging leegstandsratio (leegwaarderatio).

De definitieve regels worden waarschijnlijk op een later moment gepubliceerd, maar de (hoge) hoofdregels uit de voorstellen zijn hieronder al opgenomen (mogelijk onderhevig aan verandering).

Momenteel zijn de belastingvoorstellen onderwerp van bespreking in de Tweede Kamer (Tweede Kamer der Staten-Generaal).

Voorgestelde maatregelen op het gebied van directe belastingen

Tarieven vennootschapsbelasting

Het kabinet heeft aangekondigd de lagere vennootschapsbelastingtarieven te verhogen en de drempel te verlagen, zoals aangegeven in onderstaande tabel.

Tarieven inkomstenbelasting box 2 (voor aandeelhouders met aanmerkelijk belang)

Het kabinet heeft aangekondigd per 2024 twee tariefschijven in box 2 in te voeren, waarin ook een drempel wordt opgenomen. Het inkomen van Nederlandse aandeelhouders met een aanmerkelijk belang in vennootschappen wordt belast via een progressief belastingtarief, zoals aangegeven in onderstaande tabel.

Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding (loonbelasting)

Het kabinet stelt voor om de belastingvrije reiskostenvergoeding te verhogen (reiskostenvergoeding) voor werknemers die met de auto naar hun werk komen, van 19 eurocent per kilometer naar 21 eurocent per kilometer per 1 januari 2023. Deze maatregel wordt opgelegd om het reizen naar het werk betaalbaar te houden voor werknemers. Per 1 januari 2024 gaat het maximum naar 22 eurocent per kilometer.

READ  Nederlands overheidsbeleid moet veranderen, zeggen burgemeesters in hulproep

Beperking van de 30%-regeling (loonbelasting)

Werknemers die buiten Nederland worden geworven en die specifieke expertise hebben, kunnen gebruik maken van de gunstige 30%-regeling: 30% van het loon kan onbelast worden genoten. Het kabinet stelt voor om per 2024 een maximum te stellen aan de uitspraak (de zgn Balkenende-norm of de Natte normerende topincomens (WNT)-norm, die in 2022 216.000 EUR is, maar naar verwachting in 2024 zal stijgen). Vanaf 2024 kan de 30%-regeling alleen worden toegepast op lonen tot maximaal de WNT-norm. Er wordt een geleidelijke instapregeling afgekondigd: voor inkomende werknemers die de 30%-regeling in het laatste belastingtijdvak van 2022 hebben toegepast, geldt de beperking van de 30%-regeling pas vanaf 1 januari 2026.

Aangekondigde voorstellen op het gebied van directe belastingen

Wijzigingen in het kwalificatiebeleid rechtspersonenbelasting per 1 januari 2024

De Nederlandse overheid heeft manieren onderzocht om het fiscale kwalificatiebeleid voor juridische entiteiten aan te passen (behandeling als “transparant” (buiten beschouwing gelaten) of ondoorzichtig voor belastingdoeleinden). Na de internetconsultatie in het voorjaar van 2021 is het kabinet voornemens om in het voorjaar van 2023 wijzigingen in de kwalificatieregels voor te stellen. Onder het voorgestelde kader blijven de vergelijkingsregels, waarbij de buitenlandse rechtspersoon wordt vergeleken met Nederlandse rechtspersonen, van toepassing.

Een van de vier criteria voor kwalificatie (het criterium dat aanleiding geeft tot de meeste hybride mismatches), namelijk of de toetreding of vervanging van partners kan plaatsvinden zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van alle partners, zou niet langer van toepassing zijn. Door deze wijziging zou er geen onderscheid meer zijn tussen de besloten commanditaire vennootschap (fiscaal transparant) en de open commanditaire vennootschap (fiscaal ondoorzichtig). De open commanditaire vennootschap zou dus niet langer als vennootschapsbelastingplichtige worden behandeld.

Afschaffing doelmatigheidsmarge op gebruikelijk loon (box 2)

Aandeelhouders in Nederland die een aanmerkelijk belang hebben in een vennootschap en tegelijkertijd in dienst zijn bij die vennootschap zijn verplicht om aan zichzelf loon toe te rekenen, het zogenaamde gebruikelijke loon (gewone gek): het loon moet passen bij de hoogte en duur van het dienstverband. Omdat het lastig kan zijn om dit loon voor elke functie te benchmarken, geldt een doelmatigheidsmarge waar het loon wordt vastgesteld volgens een vergelijkbare arbeidsverhouding. Deze efficiëntiemarge was vroeger 25%. Voorheen leidde deze efficiencymarge er praktisch toe dat grootaandeelhouders hun gebruikelijk loon lager stelden dan een feitelijk vergelijkbaar loon.

READ  2021 Nederlandse goudzoekers 'muilezel' ontdekt

Het kabinet stelt voor om de doelmatigheidsmarge af te schaffen, zodat grootaandeelhouders meer inkomstenbelasting betalen in box 1 (in plaats van box 2 met een lager tarief).

Wijziging voorwaardelijke dividendbelasting

De voorwaardelijke bronbelasting op dividenden treedt in werking per 1 januari 2024 en is gericht op betalingen aan verbonden entiteiten die fiscaal ingezetene zijn in een laagbelastende jurisdictie of in landen die op de EU-zwarte lijst staan. De voorwaardelijke roerende voorheffing wordt geheven tegen het hoogste CIT-tarief (nl. 25,8%) en kan worden geheven bovenop de dividendbelasting van 15%. Het voorstel bevat een anticumulatieregel.

In de loop van 2023 wil de Nederlandse regering voorstellen om het begrip ‘inhoudingsplichtige’ uit te breiden met:

  • buitenlandse entiteiten (naar buitenlands recht opgerichte entiteiten die vergelijkbare juridische kenmerken hebben als een vergelijkbare Nederlandse rechtspersoon), aangezien deze entiteiten onbedoeld zijn weggelaten in de initiële codificatie van de voorwaardelijke dividendbelasting, en
  • omgekeerde hybride vennootschappen, aangezien deze vennootschappen vennootschapsbelastingplichtig zijn sinds de inwerkingtreding van ATADII op 1 januari 2022.

Daarnaast is het kabinet voornemens voor te stellen de belastbare grondslag voor de reguliere dividendbelasting en de voorwaardelijke bronbelasting op dividenden uit te breiden door vergoedingen voor kapitaalvoorzieningen op te nemen. Hierdoor moeten de dividendbelastingwetten aansluiten bij de wet op de vennootschapsbelasting.

Ten slotte is het kabinet voornemens voor te stellen de aftrek van voorwaardelijke bronbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen in Nederland met een aanmerkelijk belang in een Nederlands ingezeten vennootschap te beperken. De Wet op de inkomstenbelasting 2001 kent een dergelijke beperking (nog) niet, terwijl de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 dat wel doet voor de Nederlandse ingezeten belastingplichtigen. Met dit voorstel zou de Wet inkomstenbelasting weer moeten aansluiten bij de Wet op de vennootschapsbelasting.

Voorstel om investeringen in onroerend goed door fiscale beleggingsinstellingen niet toe te staan

De fiscale beleggingsinstelling (FBI of fiscale instelling) is feitelijk vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Het is een faciliteit voor individuele aandeelhouders om gezamenlijk te beleggen in onder meer effecten en onroerend goed, zonder dat dit leidt tot hogere belastingen, in vergelijking met wanneer de individuele aandeelhouder direct belegt zonder tussenkomst van een fiscale beleggingsinstelling.

READ  Nederlandse reality-tv-show gefilmd in Palawan

Het kabinet is voornemens om per 1 januari 2024 directe investeringen in vastgoed door fiscale beleggingsinstellingen niet meer toe te staan. In 2023 onderzoekt het kabinet mogelijke begeleidende maatregelen. Dit voorgenomen voorstel heeft tot doel onder alle omstandigheden vennootschapsbelasting te waarborgen op winst uit onroerend goed.

Voorgestelde maatregelen op het gebied van indirecte belastingen

Wijziging tarief overdrachtsbelasting

Per 1 januari 2023 stijgen de tarieven van de overdrachtsbelasting voor de verkrijging van niet-woningen en voor de verkrijging van woningen door lichamen en particulieren die niet voor langere tijd in de woningen wonen, naar 10,4 procent. Het tarief van de overdrachtsbelasting voor de verwerving van ‘gewone’ woningen blijft op 2 procent.

Wijziging CO2-heffing industrie

Een van de maatregelen die Nederland heeft genomen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, is een CO2-heffing voor de industrie, door de beperkte hoeveelheid beschikbare emissierechten te beprijzen. De hoeveelheid beschikbare emissierechten is afhankelijk van de reductiefactor. Het kabinet stelt voor om de reductiefactor op drie manieren aan te passen:

  • door de reductiefactor voor nieuwe EU ETS-benchmarks te kalibreren;
  • door de hoeveelheid emissierechten voor de industrie vanaf 1 januari 2023 geleidelijk terug te brengen tot 4,85 Mton in 2030; en
  • door het tarief van de CO2-belastingindustrie te ijken volgens de onderzoeken van het Planbureau voor de Leefomgeving PBL.

Om deze drie punten te bereiken stelt het kabinet voor om de reductiefactor voor 2023 vast te stellen op 1,213 en de factor in 2024 te verlagen met 0,078. Het tarief voor de CO2-heffing blijft ongewijzigd.

Wijziging leegstandsratio (leegwaarderatio)

De waarde van woningen wordt bepaald volgens de Wet taxatie onroerende goederen (Natte waardering onroerende zaken, of WOZ). De taxatie kan betrekking hebben op verhuurd residentieel vastgoed. De waarde van dergelijke huurwoningen wordt bepaald door de zogenaamde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met de ‘leegstand’-ratio (leegwaarderatio). Het kabinet stelt voor om deze ratio zodanig aan te passen dat het waardeverschil tussen verhuurd en niet-verhuurd woningen (geleidelijk) wordt verkleind.