juni 25, 2022

De Nieuwe Loosduinse Krant

Wij zijn de toonaangevende aanbieder van kwalitatief Nederlands nieuws in het Engels voor een internationaal publiek.

Grote hervorming van het Nederlandse pensioenstelsel | Dentons

Invoering

Op 30 maart 2022 heeft de Nederlandse regering een wetsvoorstel ingediend om het Nederlandse pensioenstelsel te hervormen, (de rekening) die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt. Als de Tweede Kamer het voorstel goedkeurt, gaat het naar de Eerste Kamer waar het naar verwachting wordt aangenomen. De deadline voor de overgang naar de nieuwe regeling is uiterlijk 1 januari 2027. Deze wijziging heeft gevolgen voor iedere werkgever met een pensioenregeling. In de praktijk zullen, zodra deze nieuwe wet van kracht is, alle pensioenregelingen met werknemers en contracten met pensioenuitvoerders moeten worden vernieuwd. In deze alert geven we u een overzicht van de belangrijkste hervormingen van het Nederlandse pensioenstelsel en aanbevolen stappen voorwaarts. Voor wie het huidige Nederlandse pensioenstelsel nog niet kent, beginnen we met een korte toelichting.

Nederlands pensioenstelsel

Het huidige Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers die samen het pensioenbedrag bepalen dat iemand na pensionering ontvangt:

  1. AOW (in het Nederlands, AOW) – een pensioenuitkering die wordt betaald aan mensen bij het bereiken van de huidige pensioenleeftijd van 67 jaar en wordt gefinancierd door bijdragen die door jongeren worden betaald; ook bekend als een “pay-as-you-go”-systeem;
  2. Aanvullend collectief pensioen – bedrijfspensioen, geregeld via dienstverband;
  3. Particuliere individuele pensioenproducten – zelf geregeld door particulieren.

De collectieve pensioenregelingen onder de tweede pijler zijn afspraken tussen werkgevers en werknemers en worden veelal uitgevoerd door pensioenfondsen. Dit zijn over het algemeen fondsen voor een specifieke bedrijfstak – de meeste hiervan zijn verplicht gesteld, voor bedrijven of voor een groep mensen die in een specifieke sector werken. Als alternatief kunnen verzekeringsmaatschappijen de pensioenregeling uitvoeren. Deze regelingen worden gefinancierd door kapitaalfinanciering – de pensioenen worden gefinancierd door in het verleden betaalde premies en het beleggingsrendement op die premies.

Op dit moment kent de Nederlandse Pensioenwet drie soorten pensioenregelingen: (1) een toegezegd-pensioenregeling (hetzij een eindloonregeling of een middelloonregeling), (2) een toegezegde-kapitaalregeling, of (3) een beschikbare premieregeling schema. De toegezegd-pensioenregelingen worden uitgefaseerd uit het Nederlandse pensioenstelsel en toegezegde-kapitaalregelingen zijn al vrij zeldzaam. Beschikbare premieregelingen (al dan niet in combinatie met kenmerken van andere regelingen) worden steeds gebruikelijker voor werknemers, maar de huidige generatie gepensioneerden heeft meestal nog toegezegd-pensioenregelingen.

Doel van de hervorming

De Nederlandse regering wil het pensioenstelsel nieuw leven inblazen, omdat onder meer de lage rente en de vergrijzende Nederlandse bevolking het stelsel onder druk zetten, met hogere kosten en een verlaging van de pensioenuitkeringen tot gevolg. De toename van zelfstandigen en andere vormen van flexibele arbeid hebben ook invloed op de Nederlandse pensioenmarkt, omdat er nu minder mensen deelnemen aan pensioenregelingen.

Het doel van het nieuwe stelsel is om te voorzien in de opbouw van pensioen als onderdeel van een individueel pensioenkapitaal, gecombineerd met de voordelen van collectieve risicodeling. Vaste uitkeringen zijn niet meer mogelijk. De Nederlandse regering is voornemens om het systeem van doorsneepremies af te schaffen, waarbij per persoon één premie wordt betaald, ongeacht de leeftijd. Het wil een premie invoeren die is afgestemd op de individuele omstandigheden en wordt toegewezen aan het individuele pensioenkapitaal, waarschijnlijk het meest essentiële onderdeel van het nieuwe pensioenstelsel.

READ  Nederlanders verontschuldigen zich voor geweld in Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog

Hoofdelementen van het nieuwe Nederlandse pensioenstelsel

Er valt veel te zeggen over dit nieuwe pensioenstelsel, maar vanuit het perspectief van de werkgever en kort samengevat zijn de belangrijkste elementen van het toekomstige pensioenstelsel in Nederland:

  • Pensioenopbouw is alleen mogelijk op basis van een beschikbare premieregeling en het pensioenvermogen wordt voor alle deelnemers collectief beheerd en belegd. Partijen kunnen geen afspraken meer maken over een toegezegde pensioenregeling. Dit betekent dat het nieuwe pensioenstelsel op contributie gebaseerde. De volgende drie soorten beschikbare premiepensioenregelingen zijn toegestaan: (i) een solidariteitsbijdrageregeling, (ii) een flexibele premieregeling en (iii) een premie-kapitaalregeling (alleen voor pensioenverzekeraars). Voor een nadere omschrijving per regeling wordt verwezen naar onderstaande.
  1. De “solidariteitsbijdrageregeling“(In het Nederlands: solidaire premieovereenkomst) is een nieuw concept. Het wordt gekenmerkt door een collectief beleggingsbeleid1 voor in ieder geval het eigen risico voor actieve, voormalige en toekomstige deelnemers aan de regeling. Opbouw vindt plaats via een individueel pensioenkapitaal dat wordt gecombineerd met de voordelen van collectieve risicodeling (bijvoorbeeld door spreiding van financiële ups en downs en een solidariteitsreserve);
  2. De “flexibele premieregeling“(In het Nederlands: flexibele premieovereenkomst) bestaat momenteel onder de naam “collectief variabel pensioen” — een premieregeling met collectieve risicodeling onder werknemers. Deze regeling kenmerkt zich door een aparte opbouw- en uitkeringsfase, waarbij op pensioendatum een ​​opgebouwd individueel pensioenkapitaal wordt omgezet in of aangewend voor een levenslange uitkering. Het beleggingsbeleid wordt vormgegeven op basis van specifieke beleggingsmixen per leeftijdscohort (life-cycles). Bij pensionering kunnen deelnemers ook kiezen voor een variabel pensioen door na pensionering te blijven beleggen. Dit is op grond van de Wet verbetering premieregelingen al toegestaan ​​en zal dus met enkele verbeteringen in het nieuwe systeem worden voortgezet.
  3. Met de premie-kapitaalregeling (in het Nederlands: de premie-uitkeringsovereenkomst) deelnemers kunnen — tot 15 jaar voor de AOW (in het Nederlands: AOW) pensioenleeftijd – verzoek om het opgebouwde kapitaal te gebruiken voor de aankoop van gegarandeerde vaste (of gedeeltelijk vaste) levenslange pensioenuitkeringen die bij pensionering moeten worden betaald. Bij de aankoop van de pensioenuitkeringen kan rekening worden gehouden met de toekomstige pensioenopbouw (opbouw gedurende de 15 jaar tot aan pensionering). De risico’s komen dus vanaf het moment van aankoop van de vaste pensioenuitkeringen voor rekening van de verzekeraar. Deze regeling kan alleen worden aangeboden door pensioenverzekeraars en niet worden uitgevoerd door pensioenfondsen, aangezien verzekeringsmaatschappijen een nominaal pensioen kunnen garanderen.
  • De huidige gemiddelde pensioenopbouw wordt omgezet naar een degressieve pensioenopbouw door alleen leeftijdsonafhankelijke pensioenpremies in te voeren. Dit kan ook gevolgen hebben voor bestaande beschikbare premieregelingen, dat wil zeggen dat aanpassing noodzakelijk kan zijn.
  • Het financiële kader verandert zodanig dat in de overgangsperiode (tot 1 januari 2027) acties en interventies worden voorkomen die niet passen in het nieuwe pensioenstelsel. Pensioenfondsen die niet aan de dekkingseisen voldoen, hoeven bijvoorbeeld geen maatregelen te nemen, zoals het indienen van herstelplannen of het verlagen van de pensioenuitkering. In plaats daarvan moeten zij jaarlijks een overbruggingsplan indienen bij De Nederlandsche Bank. Op basis daarvan moet het pensioenfonds uiterlijk 1 januari 2027 groeien naar een dekkingsgraad van minimaal 95 procent. Dit overgangskader kan alleen worden gebruikt door pensioenfondsen die de opgebouwde pensioenen omzetten in de nieuwe pensioenregeling. invaren). Na de overgangsperiode blijven de wettelijke eisen voor beschikbare premieregelingen onder het huidige financiële kader gelden en worden deze uitgebreid met aanvullende eisen.2
  • Ook het fiscale kader verandert per 1 januari 2027. Tot die tijd kan het huidige fiscale kader via een overgangsperiode worden toegepast op pensioenregelingen die op 31 december 2022 bestaan. De fiscale beperking komt niet meer te liggen op de pensioenopbouw, maar op de premies. De voorgestelde maximale premie voor ouderdoms- en partnerpensioen is 30 procent van de pensioengrondslag. Hierbij is uitgegaan van een pensioenambitie van 75 procent van het middelloon in 40 jaar opbouw. Tot 1 januari 2037 wordt door de Belastingdienst nog eens 3 procent toegestaan ​​voor compensatiedoeleinden.
  • Het wetsvoorstel behandelt netto pensioenen (dat wil zeggen pensioen op te bouwen over salaris boven € 114.866 per 1 januari 2022 dat kan worden gestopt in individuele pensioenproducten, die mensen zelf regelen) nagenoeg gelijk aan pensioengevend salaris (dus onder dat bedrag). Dit betekent bijvoorbeeld dat dezelfde belastingbeperking (dwz 30 procent) zal gelden, maar wordt gecorrigeerd met een nettofactor. Voor netto pensioenen geldt de verplichting tot leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie niet.
  • Werkgevers dienen bij de overgang naar de nieuwe pensioenregeling een overgangsplan op te stellen, waarin rekening wordt gehouden met substantiële gevolgen van het omzetten van opgebouwde pensioenen naar de nieuwe pensioenregeling. invaren) en een passende vergoeding voor werknemers in het geval de wijziging in hun nadeel is. Suggesties om deze transitie te financieren zijn onder meer een tijdelijke premieverhoging, het gebruik van tijdelijke financiële buffers, een afkoopsom van de werkgever in de solidariteitsreserve, etc.
  • Het nabestaandenpensioen wordt gestandaardiseerd. Het partnerpensioen, dat wordt uitgekeerd bij overlijden na pensionering, wordt in lijn gebracht met de huidige marktpraktijk: tot maximaal 70 procent van het ouderdomspensioen kan worden omgezet in partnerpensioen. Partnerpensioenen die bij overlijden vóór pensionering worden uitgekeerd, worden alleen op risicobasis uitbetaald met een maximum van 50 procent van het pensioengevend salaris, ongeacht het aantal dienstjaren en tot drie maanden nadat deelname aan de regeling zou zijn geëindigd. De definitie van partnerdefinitie wordt uniformer gemaakt, doordat minder mensen kiezen voor trouwen, voor een geregistreerd partnerschap kiezen of alleen samenwonen. Onder partners worden verstaan ​​mensen die met elkaar een vaste huishouding op hetzelfde adres voeren.
  • In termen van timing stelt het voorstel het volgende voor: Als een nieuwe pensioenregeling op 1 januari van een bepaald jaar van kracht moet worden, moet de werkgever een bijgewerkt aanbod vóór 1 oktober van het voorgaande jaar hebben ondertekend en teruggestuurd. Als de pensioenregeling niet vóór 1 januari 2027 wordt verlengd, kan dit meerdere gevolgen hebben, waarvan de belangrijkste consequentie voor werkgevers en werknemers een belastingheffing van het volledig opgebouwde pensioen in één keer via de loonheffingen, vergezeld van 20 procent rente.
  • In het wetsvoorstel is een experiment opgenomen voor zzp’ers om vrijwillig deel te nemen aan een pensioenregeling om een ​​tweede pijlerpensioen op te bouwen bij (a) een pensioenregeling die geldt binnen de bedrijfstak waarin de zzp’er actief is (ervan uitgaande dat de pensioenregeling regeling verplicht is in die bedrijfstak en openstaat voor vrijwillige inschrijving) of de pensioenregeling die geldt binnen de onderneming die de werknemer in dienst heeft genomen en die openstaat voor vrijwillige inschrijving, of (b) een pensioenregeling die wordt uitgevoerd door een pensioenuitvoerder die openstaat voor vrijwillige deelname -werknemers. Dit experiment duurt maximaal vijf jaar.
READ  Match meerdere huizen op elke eigenschap

Wat te doen en wanneer?

  • Begin vroeg, liefst nu, en beschouw dit als een project!
  • Bekijk uw huidige pensioenregelingen met werknemers, de overeenkomst met de pensioenuitvoerder en de verlengingsdatum van deze overeenkomst;
  • Betrek zowel uw juridisch adviseur als uw pensioenmakelaar (indien aanwezig) om de verlengingsvereisten, -mogelijkheden en implementatieacties te onderzoeken;
  • Bedenk dat de uitvoering ook het wijzigen van de werknemersdocumentatie omvat met daarin de afspraken over het pensioen en niet alleen de overeenkomst met de pensioenuitvoerder, aangezien de werknemersdocumentatie de basis vormt voor de pensioenregeling. Hiervoor kan de individuele toestemming van de werknemers nodig zijn;
  • Betrek de ondernemingsraad (indien aanwezig) in een vroeg stadium, aangezien zowel bij de wijziging van de pensioenregeling als bij de vaststelling van het transitieplan instemming van de ondernemingsraad vereist is, en
  • Rond het traject uiterlijk 1 oktober 2026 af door het aanbod van de pensioenuitvoerder te ondertekenen en het overgangsplan naar de pensioenuitvoerder te sturen.

Let op: wanneer uw onderneming participeert in een onderneming of een verplicht bedrijfstakpensioenfonds, al dan niet (mede) op basis van een cao in een cao, kunnen er andere handelingen nodig zijn dan hierboven beschreven . Meestal onderhandelen sociale partners, dat wil zeggen de werkgevers- en werknemersorganisaties, gezamenlijk over de nieuwe pensioenregeling.

Een collectief beleggingsbeleid voor alle deelnemers in plaats van per groep, zoals beleggingsmixen per leeftijdscohort zoals bij de flexibele premieregeling en de premie-kapitaalregeling.

  1. Dit heeft vooral gevolgen voor pensioenuitvoerders, wat buiten de scope van deze bijdrage valt.