mei 29, 2024

De Nieuwe Loosduinse Krant

Wij zijn de toonaangevende aanbieder van kwalitatief Nederlands nieuws in het Engels voor een internationaal publiek.

Boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen kan ook worden opgelegd aan een natuurlijk persoon na beëindiging van de eenmanszaak

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 2 maart 2022, ECLI: NL: RVS: 2022: 619

Het is een werkgever verboden een derdelander arbeid te laten verrichten in Nederland zonder tewerkstellingsvergunning of zonder een derdelander die in het bezit is van een gecombineerde vergunning arbeid bij die werkgever. Dit is de hoofdregel van de Wet arbeid vreemdelingen, de meest relevante wet bij het in dienst nemen van niet-EU-, EER- of Zwitserse vreemdelingen. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning – veelal als kennismigrant – dan wordt op deze hoofdregel teruggekomen.

Bij overtreding van deze bepaling – geconstateerd door de Nederlandse Arbeidsinspectie (voorheen: de Inspectie SZW) – kan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besluiten een sanctie op te leggen, inclusief een bestuurlijke boete van € 8.000,- per vreemdeling per entiteit. Op 2 maart 2022 heeft onze hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’), geoordeeld dat ook een boete kan worden opgelegd aan een natuurlijk persoon wiens eenmanszaak niet meer in het Handelsregister is ingeschreven. . Voor het opleggen van een boete is de datum van de overtreding van belang. In dat kader geeft de Afdeling onder 5.1 het volgende aan:

‘5.1. De Afdeling gaat ervan uit dat gelet op haar besluit van 7 april 2010, ECLI: NL: RVS: 2010: BM0220, onder 2.4, de datum van de overtreding is bepalend voor het antwoord op de vraag aan wie de boete kan worden opgelegd en niet de datum van het besluit waarbij de boete wordt opgelegd. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, blijkt uit een bij het boeterapport gevoegd uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel dat [company] werd overgeplaatst naar [appellant 2] op 28 juni 2018. [company] was daarom ingeschreven in het Handelsregister als eenmanszaak op het moment van de overtredingen in de periode van 1 januari 2018 tot en met 28 juni 2018. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat: [appellant under 1] als eigenaar van [company]ondanks de latere bijdrage aan [appellant under 2]is aansprakelijk voor de verplichtingen en schulden van [company] in voornoemde periode, inclusief de haar opgelegde boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen, (…).’

De betreffende vennootschap, de eenmanszaak, is met ingang van 28 juni 2018 overgedragen aan een natuurlijk persoon, waardoor de vennootschap niet meer bestaat. In de periode van 1 januari 2018 tot 28 juni 2018 is de vennootschap ingeschreven in het Handelsregister. In deze periode waren drie vreemdelingen, allen met de Russische nationaliteit, als kennismigrant in dienst van het bedrijf. In 2019 constateerde de arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW dat in voornoemde periode het bruto maandsalaris, dat binnen maximaal een maand op de persoonlijke bankrekening van de kennismigranten moet zijn bijgeschreven, niet maandelijks is overgemaakt naar de rekening van de kennismigranten, waardoor niet werd voldaan aan de voorwaarden van de kennismigrantenregeling.

READ  Dutch Mantel prijst optreden Tony Nass in Rampage

Zoals gezegd herleeft hiermee de hoofdregel van de Wet arbeid vreemdelingen, namelijk dat het een werkgever verboden is een derdelander arbeid te laten verrichten in Nederland zonder tewerkstellingsvergunning of zonder een derdelander in het bezit van een gecombineerde vergunning om bij die werkgever te werken. Er was geen TWV of gecombineerde vergunning arbeid, omdat er wel een verblijfsvergunning kennismigrant was. Zo is aan de voormalig eigenaar van de eenmanszaak een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.

Kortom, een voormalig eigenaar van een eenmanszaak, die niet meer in het Handelsregister staat ingeschreven, kan toch als natuurlijk persoon beboet worden als een overtreding op grond van de Wet arbeid vreemdelingen wordt geconstateerd. De natuurlijke persoon blijft aansprakelijk voor de verplichtingen en schulden van de eenmanszaak op het moment van inschrijving in het Handelsregister! Het is daarom van belang dat altijd wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden voor kennismigranten om problemen in de toekomst te voorkomen. Mijn collega’s David Wernsing en Miriam Berendes-Currey hebben in twee blogs al uitgebreid uiteengezet aan welke voorwaarden een kennismigrant moet voldoen, namelijk ‘Wanneer is iemand een kennismigrant?’ en ‘Alles over het salariscriterium voor kennismigranten’.