Algemeen

Minister Slob bezoekt basisschool De Vliermeent

Minister Arie Slob bezocht maandag basisschool De Vliermeent. Samen met de lokale ChristenUnie/SGP-lijsttrekker Pieter Grinwis ging Slob op bezoek bij verschillende klassen en spraken zij met de leerkrachten. Zo wilde de minister van de docenten weten welke plannen ze hebben met het extra geld dat scholen krijgen om de werkdruk te verminderen. De docenten gaven aan behoefte te hebben aan extra handen in de klas en nieuwe lesmaterialen. Omdat de school in de Vruchtenbuurt is gelegen, had de minister het gezonde plan opgevat voor alle leerlingen een lekker stuk fruit mee te nemen.


De minister, verantwoordelijk voor basisonderwijs, bezocht een aantal klassen. Zo kreeg hij in groep drie van de leerlingen te zien hoe ze taal- en rekenles krijgen. In verschillende groepjes waren de kinderen aan het werk met creatieve opdrachten. Slob nam zelf ook de tijd om aan een tafeltje gaan zitten en maakte met een aantal kinderen een puzzel met driehoeken.


Minister Slob: “Ik vind het heerlijk om in scholen te komen, en ook hier vind ik het prachtig om te zien hoe in dit mooie jaren ’30 schoolgebouw kinderen goed les krijgen. Ik zie heel veel passie en betrokkenheid bij de leerkrachten. Ik hoop dat de middelen die beschikbaar zijn om de werkdruk te verminderen echt gaan werken, zodat er nóg meer aandacht naar de leerlingen uit kan gaan.”


Vragenuur
In groep zes moesten Slob en Grinwis aan het werk. Ze kregen een hele serie vragen voorgelegd van de goed voorbereide leerlingen. Waarom worden er in Den Haag bomen gekapt, vroeg een meisje? Een ander vroeg naar de stakingen van leraren, of wat de minister belangrijk vond voor het onderwijs. Samen met de minister vroegen de kinderen aan Pieter Grinwis wat hij het belangrijkste vond voor Den Haag. ‘Er zijn in Den Haag grote verschillen tussen arm en rijk. We willen dat er wat betere en duurdere woningen worden gebouwd in wijken met veel goedkope woningen, en andersom. Zo leren we beter samen leven. En we zijn natuurlijk voor goede schoolgebouwen en genoeg meesters en juffen voor de klas.”